‘De kunststofsector leeft van succesverhalen en track records’

‘Een beter milieu begint bij jezelf’. Die slogan van Postbus 51 stamt al uit 1991, maar is bijna dertig jaar later nog steeds even treffend. Plastics hebben tegenwoordig een niet al te best imago, maar dat is onterecht, vindt Margie Topp, lector Kunststoftechnologie aan de Hogeschool Windesheim. Want het ligt niet aan het product, maar aan hoe wíj ermee omgaan.

 

Volgens Topp heeft het slechte imago van plastic te maken met berichtgeving over de ‘plastic soep’. “Maar die soep is er doordat consumenten plastic zomaar ergens weggooien. In Azië bijvoorbeeld, daar heerst de cultuur dat ze alles zonder waarde door de rivier laten afvoeren. Op het moment dat je geen goede infrastructuur hebt om afval te verwerken, krijg je deze problemen. We moeten naar onszelf kijken, niet naar het plastic.”

Topp vergelijkt de situatie van plastic vaak met het internet. “Op internet zitten veel mensen die het voor verkeerde doeleinden gebruiken. Dat ligt dan duidelijk aan die mensen, niet aan het internet.” Bij plastic kunnen we die scheiding maar moeilijk maken. “Ik vind dat heel bijzonder. En het is ook niet terecht. Ik zeg altijd, iedereen gebruikt plastic. Ook mensen die plastic afserveren, hebben plastic in en aan hun onderbroek. Het zit nou eenmaal bijna overal in.”

Maak het recyclebaar

Met haar onderzoeksgroep doet Topp innovatief onderzoek met en voor het bedrijfsleven, op het gebied van duurzaam produceren en de circulaire economie. Vanuit vier disciplines (werktuigbouwkunde, elektrotechniek, civiel techniek en industrieel ontwerpen) werken ze aan de kunststoftechnologie. Zo hebben ze een heel programma ontwikkeld voor het recyclen van oude composiet materialen, bijvoorbeeld boten en windmolens. “Het zijn vragen die vanuit een noodzaak geboren worden, in dit geval: wat doen we met oude boten en windmolens? Daar maken we vervolgens een project van.”

Daarnaast werken ze via hun eigen incubator organisatie Green PAC (Polymer Application Centre) iLab met start-ups voor de kunststofindustrie. Daarin zijn nu 20 tot 25 start-ups actief. “Dat is een hele leuke dynamische club met jonge mensen die gekke ideeën hebben. Zodra het met kunststof, elastomeren of composiet te maken heeft, zijn ze welkom in onze incubator.”

De lector is ook al meerdere keren met studenten bij AFP geweest. “AFP is een uniek bedrijf met unieke faciliteiten”, legt ze uit. “Als je ergens bijvoorbeeld folieblazen wil laten zien, dan is dit gewoon een hele mooie plek. Je kan veel state of the art-apparatuur laten zien.”

De circulaire economie en recyclables staan niet alleen bij consumenten volop in de belangstelling, ook vanuit de chemische industrie en bij de bedrijven zelf is er veel aandacht voor. Ook vanwege de norm die de EU heeft gesteld, om het wegwerpgebruik van plastic te beperken: in 2030 moet al het verpakkingsmateriaal recyclebaar zijn. Een goed streven, maar, zegt Topp, “in de kunststofindustrie wordt verbazingwekkend weinig recyclaat gebruikt. Bij het maken van producten wordt dus heel weinig grondstof van gerecyclede oorsprong gebruikt.”

Bij plastic folies ligt dat anders. “Die bestaan uit meerdere lagen en daar kun je voor bepaalde toepassingen wel gerecycled materiaal in verwerken. Er zijn dus wel producten die al heel lang die eigenschap hebben.”

Katan-Ex Biobased

Bij AFP is op dit moment 90-95 procent van de folie al recyclebaar. Topp is sowieso erg te spreken over de folies van AFP. “Hun Katan-Ex Biobased stretchfilm is technologisch echt heel knap.” De Katan-Ex Biobased is gemaakt met 50 procent hernieuwbare grondstoffen, gewonnen uit de reststroom van suikerproductie. “Daar zit meer van in dan de fabrikant van het materiaal zelf voor mogelijk had gehouden.”

En dat is goed nieuws voor iedereen, vindt Topp: “Voor degene die de grondstof verkoopt, zijn dit soort succesverhalen een boost. Want dan gaat de volgende het ook proberen. We leven natuurlijk van succesverhalen en track records. En als ‘een’ AFP de lat op een bepaalde hoogte legt, dan wordt dat misschien wel een industriestandaard.”

Afvalstroom

Zoals eerder gezegd, in bijna alles zit plastic. En dat is ook noodzakelijk, zegt Topp. Voor voedselverpakkingen bijvoorbeeld. In Nederland eten we veel voedsel wat we hier niet kunnen produceren. “Landen als Frankrijk en Italië hebben veel lokale productie van groente en fruit. Folies moeten we dus absoluut blijven gebruiken als het bijvoorbeeld de levensduur van voeding kan verlengen. Het zou doodzonde zijn als de komkommers halverwege al bederven, dan schiet je je doel voorbij.”

Des te belangrijker dat we het plastic dat we gebruiken verbeteren én er beter mee omgaan. “De laatste 20 jaar is het verpakkingsgewicht al met gemiddeld 22 procent afgenomen”, stelt Topp. “Dat is best veel. Dan ben je bijna op het punt dat je de functionaliteit kwijtraakt. We zetten allemaal goede stappen en we denken beter na.”

De Katan-Ex Biobased stretchfilm betekent voor een bedrijf bovendien 50 procent minder gebruik van op aardolie gebaseerde grondstoffen en levert een 90 procent lagere CO2-voetafdruk vergeleken met conventionele stretchfilm. En beter dan dat wordt het niet, zegt Topp. “Ik vind het sneu voor AFP, maar voor de wereld wens ik dat iedereen deze folie gaat namaken. Dat wil je voor de toekomst van de wereld.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!