‘Er moet meer ruimte komen om holistisch naar de verpakkingswereld te kijken’

Tussen de verpakkingen op haar kantoor in Amsterdam zit Caroli Buitenhuis, oprichter van Green Serendipity, klaar voor een gesprek. Niet onbelangrijk: die verpakkingen en producten bestaan uit niet-fossiele grondstoffen. Green Serendipity adviseert brandowners en retailers bij de keuze voor duurzame, niet-fossiele materialen voor hun verpakkingen of producten. “Ik zit er inderdaad middenin”, lacht ze. “Hier staan alle innovaties op het gebied van materialen en productverpakkingen.”

Green Serendipity bekijkt de verpakkingswereld met een holistische blik. “Dat betekent dat ik naar de gehele keten kijk, naar zowel de materialen – waar komen ze vandaan, waar gaan ze heen – als de te verpakken of te produceren producten. Die processen probeer ik te stroomlijnen.”

Want bedrijven hebben vaak wel veel kennis in huis, maar niet de combinatie van kennis over de ketens van verpakkingen én materialen. “Dat hebben wij wel, met ons kleine team.” Zelf is Buitenhuis verpakkingsexpert en chain innovator, haar collega’s zijn deskundig in biopolymeren, bioplastics en/of het recyclen ervan.

Meer plastic dan vis

De website van Green Serendipity begroet je met een wijsheid van de ‘oude meester’ Lao Tzu: ‘If we don’t change direction, we’ll end up where we are going’. “Die tekst inspireert me al twintig jaar, de tijd dat ik hiermee bezig ben”, legt Buitenhuis uit. “Op een dag keek ik om me heen, en zag ik de hoeveelheid plastic in de wereld. En het wordt alleen maar meer, realiseerde ik me. Waarom zegt niemand daar iets van, vroeg ik me af, en waarom doet niemand daar iets aan? Ik wist: als we zo doorgaan, hebben we in 2050 meer plastic in de oceaan dan vis. Die tekst past daar precies bij.”

We moeten dus veranderen, zegt Buitenhuis. “En veranderen doet pijn, innoveren doet pijn, het kost heel veel geld. Het stuit altijd op weerstand.”

Concreet betekent Buitenhuis’ werk dat een brandowner of retailer aan tafel zit met haar en haar ‘stappenplan’ om de keten te verduurzamen. Geen Hollandser product om dat mee te illustreren dan kaas: “Stel, je wil dat verpakken. Een blok, plakjes of geraspte kaas. Daar zijn al drie verschillende soorten verpakkingen voor nodig, want elk product heeft z’n eigen eigenschappen en barrières. Dus heb je ook verschillende materialen nodig. Verder nemen we door waar het gaat eindigen: wordt het gerecycled, gecomposteerd of gaat het naar een stortplaats in Azië? En als we geen fossiele grondstoffen willen gebruiken, welke alternatieven zijn er dan? Ons uitgangspunt is dat we eerst al het plastic gebruiken dat al in omloop is en als dat niet lukt, kijken we ook naar andere materialen. Dat zijn allemaal processen waar ik per verpakking of product naar kijk.”

Een circulaire economie in het klein

Green Serendipity zet ook circulaire concepten op. Een goed voorbeeld van zo’n concept is Schiphol, vertelt Buitenhuis. Het vliegverkeer op de luchthaven ondervond veel last van ganzen. Toen is besloten om de ganzen op een diervriendelijke manier te weren: door olifantsgras te planten. Daar kunnen ganzen niet in landen. Het olifantsgras levert meer voordelen op: veel CO2, het trekt fijnstof aan en het is geluidswerend. Boeren die de velden van Schiphol pachten, maaien het gras. Dat was afvalmateriaal waar niks mee gebeurde.

“Totdat de voorman van de boeren mij vroeg iets te bedenken om met dat afval te doen. Dat werd het volgende: van het gras maken we composteerbaar bioplastic, waar je vervolgens cateringmaterialen en verpakkingen van kan maken voor gebruik op Schiphol zelf. Daarna kunnen ze, samen met een half opgegeten salade, weggegooid worden, en naar de vergister naast Schiphol. Daar kan je eerst nog waardevolle stoffen als nutrienten en vezels eruit halen, waarna het vergist kan worden voor biogas. Dit biogas kan weer gebruikt worden om auto’s te laten rijden en de warmte die vrijkomt, kan ingezet worden voor huizen in de buurt. Wat overblijft, kan nog gecomposteerd worden en eventueel teruggestrooid over de akkers rondom Schiphol. Zo heb je dus een circulaire economie in het klein.”

En het is ook nog eens een lokaal verdienmodel, zegt de chain innovator. “In plaats van dat we aardolie uit Saudi-Arabië of Iran halen, naar China brengen om plastic polystyreen bestek te maken, en hier weer naartoe halen om het op Schiphol hooguit tien minuten te gebruiken, waarna het in de afvalverbrandingsoven verdwijnt, omdat we polystyreen niet recyclen.”

Onomkeerbare schade toebrengen aan de planeet en ecosystemen door uitputting van grondstoffen, terwijl duurzame alternatieven mogelijk zijn, dat is onacceptabel, vindt Buitenhuis. “Olie is een uitputbare bron, en toch blijven we boren. Gas is ook zo’n uitputbare bron – en je hebt gezien wat er nu in Groningen gebeurt als we daarmee doorgaan, dat heeft aardbevingen tot gevolg. We zijn onze ecosystemen aan het veranderen en dat moeten we niet doen. We moeten ze in stand houden voor toekomstige generaties.”

Een nieuwe generatie, nieuwe materialen

De jongere generatie is precies waar Buitenhuis haar hoop op heeft gevestigd. “De generatie die nu de beslissingen neemt, wil het liefst de huidige industrie in stand houden. Maar de jongere generatie is met het klimaat bezig, want het is hún toekomst. En de klimaatcrisis is nog belangrijker dan alle verpakkingsissues bij elkaar.” Daarom denkt Buitenhuis dat de wereld wat dat betreft over tien jaar echt veranderd zal zijn. “De hele kunststofwereld is dan veranderd. Want de volgende generatie wil nieuwe niet-fossiele materialen, en nieuwe infrastructuren. De huidige afvalverwerkingsstructuren kloppen niet meer, die zijn gebaseerd op verkeerde financieringsmodellen.”

Nu is er de laatste jaren veel meer aandacht voor duurzaamheid en het klimaat. “De focus op de plastic soep heeft enorm bijgedragen. Maar dat gaat om consumentengedrag. Afbreekbare plastics zijn geen oplossing voor de plastic soep, omdat het materiaal in de oceanen waarschijnlijk nog steeds niet goed en snel afbreekt. Daar moet je de juiste temperaturen, microben en vochtigheid voor bij elkaar hebben. Iedereen moet de verantwoordelijkheid nemen om te veranderen, en bedrijven in de eerste plaats. Hoe complex het ook is wat er allemaal moet gebeuren.”

Een kleine omslag is er al wel. “Een paar jaar geleden zei Coca-Cola nog heel duidelijk dat de plastic soep niet hun schuld was, het zijn immers de consumenten die de flesjes weggooien. Dat kwam ze op veel kritiek te staan. Deze zomer hadden ze de campagne: ‘Koop ons niet als je ons niet recyclet’. Dat is dus een totale omschakeling. En niet omdat ze nou zo graag willen dat je recyclet, maar ze weten dat ze er niet onderuit kunnen.”

Coca-Cola is nu ook stakeholder voor een aantal nieuwe ontwikkelingen, zoals PEF. “Dat is een geheel biobased plastic dat compleet gerecycled kan worden.” Al zullen we hun flessen de komende vijftig jaar waarschijnlijk niet in afbreekbare vorm tegenkomen, weet Buitenhuis. “Koolzuurgas wil door de verpakking heen, en afbreekbare flessen hebben voorlopig nog niet voldoende barrière om dat tegen te houden. In ieder geval niet voor langer dan twee weken, schat ik.”

Een blik op de toekomst

Als het over toekomstige ontwikkelingen gaat, heeft Green Serendipity een duidelijke visie. “Het gaat erom dat we koolstoffen gaan recyclen. De koolstoffen die we gebruiken voor plastic komen dan niet meer uit de grond, niet meer uit de fossiele bronnen, maar alleen nog uit gerecycled materiaal, uit biomassa (bijvoorbeeld uit de reststromen van de voedselindustrie) of uit de lucht. De CO2 die door fabrieken wordt geproduceerd, kunnen we dan afvangen en omzetten in bouwstenen voor nieuwe materialen voor verpakkingen of in brandstof.”

De wetenschap is hier volop mee bezig, maar in de praktijk kan het allemaal wel een tandje sneller, vindt Buitenhuis. “Dat komt doordat we nog te maken hebben met oude infrastructuren en oliekrakers.” Na 2030 verwacht ze een kantelpunt. Mede vanwege die nieuwe generatie. “Dan komt er veel meer ruimte om holistisch te kijken naar de ketens.”

Bedrijven moeten daar ook op anticiperen, meent Buitenhuis. “Ze moeten zich ervan bewust worden dat er vaak meerdere opties zijn bij het gebruik van materialen voor hun producten. En daar is onafhankelijke expertise voor nodig, om niet de verkeerde keuzes voor de toekomst te maken.”

Daarnaast is het volgens haar belangrijk dat bedrijven hun eigen afvalstromen onder de loep nemen. “Dat is mijn persoonlijke missie. Bedrijven kunnen veel meer doen om hun eigen reststroom in te zetten voor hun eigen verpakkingen. In Nederland hebben we een heel simpel voorbeeld: de tomaatjes in de kassen. Bij de oogst worden ook de stengels eruit gehaald. De vezels in die stengels, dat is biomassa, waar je papier en karton van kan maken. Daar kunnen de tomaatjes in verpakt worden. Mondjesmaat zijn er steeds meer bedrijven die op die manier gaan werken.”

Denk dus goed na over wat je als bedrijf belangrijk vindt als het gaat om materialen en verpakkingen, zegt Caroli. “Als je je verpakking duurzamer wil maken, kijk dan eerst of het mogelijk is om gerecycled materiaal in te zetten. Als dat niet mogelijk is, kijk dan naar opties voor duurzaam geproduceerde materialen. Waarbij je ook goed moet kijken naar de totale CO2-voetafdruk, niet alleen of het recyclebaar is in de huidige mechanische recycling. Een goede LCA (Life Cycle Assessment) waarbij impact én kosten voor onomkeerbare schade worden berekend, geven hierbij een goede richting voor de toekomst.”

Veel grote bedrijven zijn er wel mee bezig, maar zolang de fossiele plastics goedkoper zijn dan gerecycled of biobased materiaal, zullen ze vooral nog kiezen voor de goedkoopste oplossing, zegt Buitenhuis. “Maar als ik klimaatactivisten zie, word ik wel weer optimistisch. En ik word ook blij als ik zie hoe de wereld nu in beweging is en wat er nu allemaal ontwikkeld wordt.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!