‘Heel veel kan al op het gebied van biobased plastics’ Interview met Christiaan Bolck.

Bij AFP zijn we altijd geïnteresseerd in duurzame ontwikkelingen in kunststoffen. Iemand die zich daarmee bezighoudt, is Christiaan Bolck bij Wageningen University and Research. Bolck is daar verantwoordelijk voor het toegepaste onderzoek op het gebied van materialen. Een gesprek over de stand van zaken.

Als het over duurzame kunststoffen gaat, kom je verschillende begrippen tegen: biobased, biodegradable, oxodegradable en renewable. Wat betekenen die afzonderlijke begrippen? Consumenten zien biobased en biodegradable soms als één en het hetzelfde, maar dat klopt niet, zegt Bolck. “Biobased zegt iets over de oorsprong van het materiaal, gemaakt van biomassa, oftewel planten. Biodegradable zegt iets over de eigenschap die het materiaal heeft, dus dat het biologisch afbreekbaar is.”

Oxodegradable wel of niet?

Oxodegradable is een veel minder bekend begrip bij consumenten en er is ook lang niet zo snel een duurzaamheidsclaim aan te koppelen, vindt Bolck. “Oxodegradabels liggen namelijk onder een vergrootglas omdat er niet heel sterk bewijs is dat die polymeren echt volledig vergaan bij contact met zuurstof. Volgens meerdere partijen creëer je hiermee juist de plastic soep. Er blijven immers kleine fragmenten plastic over die niet volledig afbreken.” Engeland heeft daarom bijvoorbeeld al wetgeving om oxodegradabels te verbieden.

En dan zijn er nog renewable of circulaire kunststoffen. “Renewables zijn gemaakt van hernieuwbare grondstoffen. Dan kan je denken aan plantaardige grondstoffen die jaarlijks door middel van fotosynthese worden gemaakt, maar ook aan hergebruik van kunststoffen.” Renewable is dus een breder begrip dan biobased.

Voor- en nadelen van de verschillende soorten zijn volgens Bolck niet generiek te benoemen. “Uiteindelijk is het een enorme familie van plastics. En die hebben allemaal hun eigen eigenschappen, die in specifieke toepassingen allemaal een voor- of nadeel kunnen zijn. Dat geldt ook voor aardolieplastics. Dat is ook zo’n grote familie die voor- en nadelen heeft in de gebruiks- en end of life-fase van producten.”

Broeikaseffect

De meeste plastics die we kennen worden op dit moment gemaakt uit aardolie. Maar daar willen we als maatschappij vanaf. “Biobased gaat om het vervangen van fossiele grondstof, oftewel aardolie, door hernieuwbare grondstoffen, planten. Dat is een voordeel voor het verminderen van de uitstoot van CO2, oftewel het verminderen van het broeikaseffect.”

Bolck is over het gebruik van aardolie niet heel positief. “Waar het gewonnen wordt, geeft het vervuiling. En er worden oorlogen om gevoerd. Bovendien heb je bij de winning van plantaardige grondstoffen minder risico op ongelukken.”

Maar tegelijkertijd moet je bij de productie van biomassa ook blijven nadenken. “Je moet bijvoorbeeld geen regenwouden gaan kappen omdat je biomassa wil produceren.”

Biobased plastics

Wat is de huidige stand van zaken op het gebied van biobased? In zijn boek Biobased Plastics uit 2012 schreef Bolck: ‘Biobased plastics komen sneller dan we dachten’. Daar had hij gelijk in. Sindsdien wordt er inderdaad meer geproduceerd en ook de consument is er meer mee bezig.

Die groei in het productievolume zie je ook bij Nederlandse bedrijven. “Het Nederlandse Corbion heeft in haar joint venture met het Franse Total een grote fabriek voor polymelkzuur in Thailand neergezet. En het Amsterdamse bedrijf Avantium gaat een eerste commerciële fabriek in Antwerpen neerzetten. Zij maken PEF, ook een bioplastic.”

Maar, zegt Bolck, de totale productie van plastics over de hele wereld is óók toegenomen. En het lukt de producenten van bioplastics maar nauwelijks om de totale groei van de plasticindustrie bij te benen.

Verder ging het in 2011/2012 vooral over het klimaat, en over het gebruik van fossiele grondstoffen. “Er was echt een drive om biobased te gebruiken. Inmiddels zie je dat er ook wordt nagedacht over afval, over de end of life van plastics. Er is nu veel aandacht voor recycling en de plastic soep.”

Zijn biobased kunststoffen eigenlijk niet achterhaald, nu er bij verpakkingen vol op recycling wordt ingezet? “Nee”, zegt Bolck. “Het bestaat naast elkaar. Het ideaalbeeld is dat je ál je plastics hergebruikt. In Nederland hebben we een goede start gemaakt, maar er is nog een hele weg te gaan voordat we al onze afvalplastics daadwerkelijk opnieuw gebruiken. Daarnaast zijn er nog veel plekken op de wereld waar helemaal niet wordt gerecycled. Daarom is het van belang dat kunststoffen biobased zijn; je moet inspelen op verlies in het systeem, of op toenemende vraag. Daar wil je plantaardige grondstoffen voor gebruiken.”

Vooroordelen

Er is dus een toenemende aandacht voor biobased plastics, en zeker ook voor biologisch afbreekbare plastics, maar Bolck merkt dat er nog best wat vooroordelen over bestaan. “In de industrie bestaat het idee dat dit soort plastics een mindere kwaliteit hebben dan gewone aardolieplastics, maar in veel gevallen is dat niet zo. Er is niet voor niks zoveel onderzoek.

Daarnaast wordt ook vaak gedacht dat ze duur zijn. Als je puur kijkt naar de prijs per korrel, dan is dat nu vaak zo, ze zijn duurder dan fossiele plastics. Maar je kan je afvragen of fossiele plastics goed geprijsd zijn.”

Nog een vooroordeel: biobased plastics zouden minder goed recyclebaar zijn. “Dat is in de basis niet zo. Ze zijn meestal technisch bezien net zo makkelijk én moeilijk recyclebaar als gewone plastics.” En het regenwoud dat je ervoor moet kappen? “Ook niet nodig. Er is voldoende biomassa om alle plastics om te zetten naar biobased plastics.”

Dan wordt ook nog regelmatig het argument gebruikt dat je voor biobased plastics grondstoffen nodig hebt die je ook voor voedsel zou kunnen gebruiken. En dat je die niet voor voedsel gebruikt, is een probleem. Het klopt dat je die grondstoffen voor beide doeleinden kan inzetten, zegt Bolck, maar dat is volgens hem niet de kern van de zaak.

“Er is geen honger omdat er niet genoeg voedsel is; er is honger door de beschikbaarheid van voedsel en de verdeling van rijkdom. De productie van voedsel is in principe toereikend. Het schort aan de verdeling ervan. Ik zeg altijd: mensen verdienen ook hun brood met de productie van planten, en dat zijn vaak juist arme mensen. Als je die een kans geeft om meer geld te verdienen, kunnen ze ook beter eten.”

En dat argument gaat niet op voor aardolie. “Dat wordt vaak op één plek omhoog gepompt. En daarover durf ik minder snel zeggen dat arme mensen er beter van worden.”

Technische ontwikkelingen

Bolck en zijn collega’s zijn druk bezig om de toepasbaarheid van bestaande, commercieel beschikbare biobased en biologisch afbreekbare plastics te verbreden. “Om er folie van te maken of bepaalde schuimproducten. We kijken zowel naar verwerkingsmethodes, als naar specifieke producten. Er is heel veel onderzoek naar functionele voordelen van toepassingen. Zoals bij verpakkingen.”

En hij vertelt over een technische uitdaging wat betreft niche-applicaties: “Kan je biologisch afbreekbare plastics zo inzetten dat bijvoorbeeld een land- en tuinbouwproduct in z’n functionele leven voldoet, maar ook op termijn biologisch afbreekt in de grond?”

Maar er zijn ook technische beperkingen, die een snellere groei belemmeren. Bijvoorbeeld dat nog niet alle markten bediend kunnen worden. En de prijs is een uitdaging. “Dat blijft echt een issue. Mensen moeten echt heel graag de overstap willen maken. Bij gelijke geschiktheid kiezen veel partijen voor biobased en biologisch afbreekbaar. Dus de wil is er wel.”

Bolck ziet wel een rol die de overheid daarin zou kunnen spelen. “Bijvoorbeeld door CO2-belasting te heffen.”

De toekomst van biobased en biodegradable

Bolck heeft wel een idee hoe de ideale wereld van kunststof verpakkingen eruitziet. “Dat is een wereld waarin we het product met kunststof verpakkingen maximaal beschermen, zodat het in perfecte staat bij de consument aankomt. En dat we dat doen met materiaal dat je na eerste gebruik nog een keer kan gebruiken, en nog een keer. Maar als dat niet mogelijk is, of als verlies in het systeem niet te voorkomen is, dan is het materiaal biologisch afbreekbaar. En als je de behoefte aan plastics niet kan dekken door te recyclen, werk je met biobased grondstoffen.”

Het mooiste voorbeeld van biobased plastics in verpakkingen op dit moment is volgens Bolck het tomatenbakje dat van tomatenbladeren gemaakt is. “Je kan de reststromen van voedsel gebruiken om verpakkingen te maken. Dat vind ik charmante toepassingen.”

Hoe dichtbij is die ideale wereld? Bolck noemt drie ontwikkelingen waarvan het spannend is om te zien hoe die gaan uitpakken: “Als eerste zie je een duidelijke druk op het klimaat en dus een wens om af te stappen van fossiele koolstof, en dat te vervangen voor biobased. De vraag is, gaat dat echt doorwerken?”

Ten tweede op het gebied van recycling: “Net als andere rijke westerse landen neemt Nederland hierin serieuze stappen. Maar eerlijkheidshalve alleen op het gebied van inzameling. De industrie moet werken naar inzet, naar nieuwe producten.”

En de derde ontwikkeling gaat over onze denkwijze over plastics, over materialen überhaupt, en zwerfafval. “Steeds meer producenten kiezen voor de better safe than sorry-benadering. Het snoeppapiertje moet natuurlijk niet in de natuur terechtkomen, maar als het dan toch gebeurt, kan het maar beter biologisch afbreekbaar zijn.” Producenten gaan dus inspelen op het gedrag van de consument. “Want hoe mooi The Ocean Cleanup van Boyan Slat ook is, dat is een end of pipe- oplossing. Ik geloof toch dat je het eerder in die pijplijn moet zoeken.”

Als laatste heeft Christiaan Bolck nog een advies: “Ga er bij een vraag naar meer duurzaam materiaal vanuit dat die beschikbaar is. En vraag daar gewoon naar. Bij AFP, of bij ons. Want heel veel kan al. En ga er niet vanuit dat elk vooroordeel klopt. Er zijn gewoon heel veel materialen beschikbaar en daarbinnen zijn best wel mogelijkheden die het ideale antwoord geven.”