Zo kunnen uw producten veilig op reis – over ladingstabiliteit

Een interview met Jelle Dendauw van ESTL.

Hoe zet je duizend flesjes cola vast op een vrachtwagen zodat die blijven staan, ook als de chauffeur plotseling moet remmen of uitwijken? Een typische vraag over ladingstabiliteit, zoals Jelle Dendauw die wel vaker tegenkomt bij zijn bedrijf ESTL.

Dendauw is een van de mede-oprichters van ESTL in Deerlijk, België. Hij was ingenieur in de machinebouw en kwam eigenlijk bij toeval in de ladingzekering terecht, in 2009. Dat jaartal is dan weer geen toeval, want in 2009 kreeg België nieuwe wetgeving over ladingstabiliteit.

“Daarvoor gold eigenlijk alleen dat lading niet van de vrachtwagen mocht vallen”, vertelt Dendauw vanuit zijn kantoor in Deerlijk. “De politie kon alleen een boete uitschrijven als de lading al gevallen was; niet als de lading nog 1 millimeter boven de straat bungelde.” In 2009 kwam daar verandering in: er werden voorwaarden aan gekoppeld die gecontroleerd kunnen worden. “En de ladingzekerheid is sindsdien niet langer alleen het probleem van de vrachtwagenchauffeur, maar ook van degene die de vrachtwagen geladen heeft, of het bedrijf van wie de lading is.”

ESTL is een spin-off van de KU Leuven. De ladingzekeringsactiviteiten zijn dan ook ontstaan vanuit een wetenschappelijk onderzoek aan die universiteit. “Bij het vastmaken van lading op een vrachtwagen stellen we een aantal vragen: wat voor vrachtwagen is het, hoe ziet die eruit, heeft de wagen speciale kenmerken? En wat heb ik voor hulpmiddelen: spanbanden of slipmatjes, en wat kunnen die aan? Verder: wat moet ik vastmaken, wat is de lading? En hoe maak je dat vast zodat alles op de pallet blijft staan?”

Ook de industrie houdt zich steeds meer met die vragen bezig, merkt Dendauw. Voorheen keek men bij ladingzekering vooral naar de vrachtwagenchauffeur. “Als een lading beschadigd bij een klant aankwam, dan belde die de transporteur en de transportverzekering betaalde de schade.”

Dat is inmiddels wel veranderd. “Nu beginnen mensen eindelijk te snappen dat het een industriebrede kwestie is; dat het niet een probleem is dat je naar de laatste in de rij kan doorschuiven. Dat geeft het een andere dynamiek.”

Want daardoor kijken bedrijven nu ook anders naar hun verpakkingssysteem. “En bij schade krijg je eerder de vraag: konden die producten eigenlijk wel blijven staan?” Perfect is de situatie volgens Dendauw nog niet. “Maar we zijn wel dichterbij.”

Hoe zorg je voor stabiele lading?

Ladingstabiliteit bestaat uit meerdere niveaus. De pallet moet aan zekere voorwaarden voldoen, en je moet de pallets inwikkelen, verpakken. Maar het belangrijkste onderdeel is het product dat op de pallet moet, en dan vooral de vorm ervan. “Het scheelt nogal of je flessen cola of Perrier moet inladen”, zegt Dendauw. “De vorm is meestal een marketingbeslissing, geen technische. Maar die gaat wel veel bepalen voor de ladingstabiliteit van de pallet.”

Hij illustreert dit met twee extreme voorbeelden: je kan bakstenen op een pallet zetten en daar mooie stapelingen van maken. Die stenen gaan echt niet kapot onder druk. Toch kan dat helemaal misgaan als je er niets omheen doet, of als de verpakking niet goed is. Aan de andere kant kan je de beste folie om glazen potjes wikkelen, maar als die potjes niet sterk genoeg zijn, barsten ze alsnog door de druk.

Dat is belangrijk, omdat er bij transport flink wat kracht op een pallet komt te staan. “Dat kan oplopen tot versnellingen van 0,8g.” Dat is het geval bij een absolute noodstop. “Als een pallet van 1000 kilo te maken krijgt met een noodstop, dan wordt er bij wijze van spreken met 800 kilo aan getrokken. Ook bij een scherpe bocht kan de g-kracht een rol spelen, die kan oplopen tot 50 procent van het gewicht.”

Bij ESTL doen ze daarom versnellingstesten. Een pallet wordt op een platform gezet en in beweging gebracht. Zo is te zien hoe alle onderdelen op de pallet bewegen. Met een snelheidscamera kunnen ze de beelden –en bewegingen– vervolgens analyseren. Op die manier zorgt ESTL ervoor dat de bewegingen binnen de toegestane specificaties blijven.

Wat als pallets niet stabiel zijn?

Het meest ultieme voorbeeld van slechte palletstabiliteit is verlies van lading. Een ander risico is veel beschadiging, en daardoor waardeverlies. Als laatste kan de verpakking het begeven, waardoor het zwaartepunt van de lading zal verplaatsen. “Daardoor rijdt de vrachtwagen met de chauffeur rond in plaats van andersom.” Dat is iets wat de politie volgens Dendauw ook steeds beter doorheeft. “Als een vrachtwagen in een bocht kantelt, maar de chauffeur heeft niet te hard gereden, kan er maar één conclusie zijn: de lading is in beweging gekomen.”

Voor bedrijven is palletstabiliteit op het zicht moeilijk te beoordelen. Vaak zijn er gespecialiseerde tests nodig om te achterhalen wat de stabiliteit is. “Wij zien al te vaak dat iemand tegen een pallet aanduwt –om vast te stellen dat die niet beweegt- en vervolgens roept dat hij stabiel is. Het enige wat deze persoon even vergat is dat hij met een aantal kilogram tegen een pallet van een ton staat te duwen.”

Wikkelfolie steeds belangrijker

Maar ook al bij het uitwerken van een verpakkingsconcept moet een bedrijf goed nadenken. Volgens Dendauw wordt er meer aan ‘light weighting’ van de primaire en secundaire verpakking gedaan. “Hierdoor neemt de wezenlijke sterkte van het verpakkingssysteem af. Daardoor wordt de rol van de tertiaire verpakking, zoals wikkelfolie, belangrijker. Want dit verlies dient ergens gecompenseerd te worden.”

Het probleem is dat er meerdere stakeholders zijn, zegt Dendauw. Zo willen de retailers van de verpakking eigenlijk geen ‘last’ meer hebben in de winkel. “Een mooi voorbeeld hiervan zijn potten spaghettisaus in een lage tray. Vroeger zat daar een krimpfolie omheen; tegenwoordig probeert men het zonder. Dat heeft echter nadelige gevolgen voor de palletstabiliteit. Alle potten kunnen en willen immers afzonderlijk bewegen. Als je dit concept nuchter bekijkt, dan kan je dit op voorhand inschatten.”

Bedrijven kunnen de doeltreffendheid van hun verpakkingssysteem laten testen. “Zo kunnen ze bij ons een versnellingstest doen. Wij kijken bijvoorbeeld voor klanten van AFP wat het beste werkt. En medewerkers van hun Research & Development-afdeling komen vaak bij ons om een nieuw type folie dat ze ontwikkeld hebben te testen.” Want, zoals Dendauw zelf zegt: de folie is niet het fundament, maar vaak de laatste inspanning die een bedrijf moet leveren om het product goed te kunnen vervoeren.

Voor meer informatie: estl.be

Lees ook ons artikel over palletstabiliteit em EUMOS van Mark Juwet.